Werken Tabelle di coniugazione

Il verbo "werken" si usa principalmente con i significati di "lavorare", "operare" or "dedicarsi a lavori manuali".

Coniugazione di "werken"

Il verbo "werken", coniugato nelle diverse persone e tempi:

Persona Präsens Präteritum Perfekt Plusquamperfekt Futur I Futur II
Ichwerkewerktehabe gewerkelthatte gewerkeltwerde werkenwerde gewerkelt haben
Duwerkstwerktesthast gewerkelthattest gewerkeltwirst werkenwirst gewerkelt haben
Er / Sie / Eswerktwerktehat gewerkelthatte gewerkeltwird werkenwird gewerkelt haben
Wirwerkenwerktenhaben gewerkelthatten gewerkeltwerden werkenwerden gewerkelt haben
Ihrwerktwerktethabt gewerkelthattet gewerkeltwerdet werkenwerdet gewerkelt haben
Sie / siewerkenwerktenhaben gewerkelthatten gewerkeltwerden werkenwerden gewerkelt haben
Coniugare altri verbi